woensdag 8 februari 2012

Kersenclafoutis


Kersenclafoutis kun je op twee manieren maken; met korst en zonder. Wil je heel snel en makkelijk een lekker dessert maken, dan kun je de vulling gewoon in een beboterd ovenschaaltje storten. Eventueel de hoeveelheid vulling verdubbelen, voor een royale portie.
Maar als je een mooie taart wilt serveren als dessert, dan is de versie met korst echt aan te raden. De knapperige korst smaakt ook heerlijk in combinatie met de zachte vulling. Welke manier je ook kiest, een clafoutis moet je warm eten. Lekker met bijvoorbeeld een bolletje vanille-ijs!
Dit recept komt uit het boek ‘Taarten, soezen, pasteien’ van Michel Roux. Het recept voor het korstdeeg is genoeg voor twee taarten. Heel handig; één portie kun je meteen gebruiken en de andere helft kan in de vriezer. Goed ingepakt is deeg drie maanden houdbaar.



KERSENCLAFOUTIS

Briseerdeeg:
250 gram bloem
150 gram niet te koude boter, in kleine stukjes
1 theelepel fijne kristalsuiker
1 mespuntje zout
1 ei
1 eetlepel koude melk

Vulling:
1 ei
40 gram bloem
40 gram gesmolten boter
30 gram fijne suiker
¾ dl melk
1 theelepel vanille-aroma
350 gram kersen (vers, ontpit of uit een pot, goed uitgelekt)
Eventueel 1 eetlepel kirsch

Meng de ingrediënten voor het deeg door elkaar in een kom. Kneed het tot een deegbal. Verpak het deeg in plasticfolie en leg het in een half uurtje in de koelkast. Door het even in de koelkast te laten rusten is het deeg beter hanteerbaar en krimpt het niet tijdens het bakken.

Verwarm de oven voor op 170 graden.
Haal het deeg uit de koelkast en rol het uit tot een lap. Beboter een bakvorm van 18 cm doorsnee. Om ervoor te zorgen dat de taart echt niet blijft plakken kun je de bakvorm ook nog bekleden met bakpapier. Briseerdeeg is teer en kwetsbaar. Om het deeg mooi in de bakvorm te krijgen, bekleed ik eerst de bodem met deeg. Gewoon de ring van de bakvorm in het deeg drukken. Daarna het deeg op de bodem van de bakvorm leggen. De rand moet 2 ½ cm hoog worden. Ik snijd repen van deze hoogte uit en plak deze tegen de rand van de bakvorm. Ik dacht altijd dat dit mijn trucje was om te verbloemen dat ik het deeg anders niet netjes in de vorm kreeg, totdat ik een chefkok op tv precies hetzelfde zag doen.


Vervolgens moet de bodem ‘blind gebakken’ worden. Dit doe je door gaatjes in de bodem te prikken met vork, de bodem te bekleden met bakpapier en er een laag gedroogde bonen of rijst in te leggen. Bak de taart 15 minuten op 170 graden. Verwijder dan de bonen en het bakpapier en bak de taart nog even 5 minuten op 180 graden.



Verhoog dan de temperatuur tot 200 graden. Verdeel de kersen over de bodem.Breek voor het beslag het ei in een kom en roer er met een garde de bloem door. Klop niet te lang. Voeg de gesmolten boter toe en roer er beetje bij beetje de suiker en de melk door. Voeg dan vanille-aroma en eventueel de kirsch toe. Giet het beslag over de kersen. Bak de taart dan voor 25 minuten of langer totdat de bovenkant goudbruin is. Om te controleren of de vulling gaar kun je er een mes in steken. Het mes moet er schoon uitkomen. De taart warm opdienen en royaal bestuiven met poedersuiker.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen