woensdag 3 januari 2018

Rijstevlaai en kaneel en stoofpeertjes


Deze vlaai is even wat werk, maar dan heb je ook iets. Onder andere een heerlijke geur in huis, want stoofpeertjes! Ideale vlaai voor als je wat tijd hebt in de kerstvakantie. En na het kerstdiner en alle oliebollen en wafels nog gebak kan zien! Ik altijd! Dus hier blijft de oven aan gaan voor allerlei lekkers. Over goede voornemens denk ik later nog wel eens na; maar taart eten op zijn tijd, vind ik een heel goed voornemen.
Dit is eigenlijk een variant op een gewone rijstevlaai. Met kaneel en stoofpeertjes voor een winterse touch. Warme chocomel erbij. Ach ja, zo kom je de winter wel door!

Bodem
250 gram bloem
15 gram verse gist of 3 gram gedroogde gist
1 dl lauwwarme melk
20 gram boter
½ ei
15 gram suiker
3 gram zout

Vulling
1 liter melk ( + eventueel extra melk om de pap na het koken iets vloeibaarder te maken)
100 gram pap- of risottorijst
130 gram suiker
1 theelepel kaneel
3 eieren

Stoofpeertjes
8 stoofpeertjes
500 ml rode wijn
100 gram suiker
1 kaneelstokje
Sinaasappelschil (1 krul, getrokken met een dunschiller)
Water
2 eetlepels maïzena

500 ml slagroom
6 eetlepels suiker
Beetje kaneel

Schil de stoofpeertjes en halveer ze. Snijd eventueel ook het klokhuis eruit. Doe de wijn in een grote pan met de suiker, sinaasappelschil en het kaneelstokje. Doe de peertjes erbij. Voeg eventueel nog water toe totdat de peertjes helemaal onder staan. Breng aan de kook en laat de peertjes dan 2 uur zachtjes gaar worden. Haal de peertjes dan uit het vocht. Meng de twee eetlepels maïzena met wat koud water tot een papje en voeg dit doe aan het stofvocht. Breng dit aan de kook, zodat het vocht lichtjes gaat binden. Doe dan de peertjes er weer bij en laat alles goed afkoelen.

Breng voor de vulling de melk met de rijst en 100 gram suiker al roerend aan de kook. Wanneer de melk kookt kan het vuur laag en mag de rijst met het deksel op de pan in ongeveer 20 minuten gaar koken. Roer wel af en toe. Controleer dan of de rijst gaar is. Laat, wanneer de rijst zacht is, de pap helemaal afkoelen. Waarschijnlijk stijft de pap dan ook flink op en dat wil je niet hebben in de vlaai. Voeg net zoveel koude melk toe tot je een dik vloeibare massa hebt. Ik heb er zeker nog 250 ml melk bij gedaan. Voeg ook de theelepel kaneel toe en roer alles even goed door elkaar en laat staan. De eieren worden later toegevoegd.

Verwarm voor het deeg de melk en de gist totdat het lauwwarm is. Doe de bloem in een kom en maak een kuiltje in het midden. Doe hierin de rest van de ingrediënten, behalve het zout. Strooi dit op de bloem. Zout vermindert namelijk de werking van het gist. Voeg de melk toe aan de ingrediënten in het kuiltje en meng alles door elkaar. Neem steeds een beetje bloem mee totdat het een egale deegmassa is geworden. Kneed het deeg nog even door en laat het in de kom met een doek erover rijzen totdat het deeg in volume is verdubbeld. Rol het deeg uit tot een egale lap en bekleed hier een ingevette vlaaivorm mee. Prik de deegbodem in met een vork en laat het deeg dan rijzen totdat het dik en gezwollen is.

Verwarm ondertussen de oven voor op 190/200 graden.
Splits de eieren en voeg de resterende 30 gram suiker toe aan de eierdooiers. Klop dit met een garde luchtig. Meng de eierdooiers dan door de rijstepap. Klop in een andere, schone kom de eiwitten stijf. Voeg de helft van de eiwitten toe aan de rijstepap. Spatel het voorzichtig door elkaar zodat de lucht uit de eiwitten niet verloren gaat. Verdeel de helft van de rijstepap over de deegbodem. Voeg dan de resterende helft van het eiwitschuim toe aan de overgebleven rijstepap en verdeel dit dan ook over de vlaai. Doe de vlaai in de voorverwarmde oven en bak hem in 25 tot 30 minuten gaar en goudbruin. De vulling zal dan nog heel vloeibaar en wiebelig aanvoelen, maar dat komt bij het afkoelen helemaal goed.

Probeer de vlaai na het bakken zo snel mogelijk uit de vorm te halen. Laat hem helemaal afkoelen. Als de vlaai is afgekoeld, kan de slagroom erop. Mix deze met de suiker tot zachte pieken en spuit met behulp van een spuitzak met een kartelmondje mooie rozetten op de vlaai. Garneer met de stoofpeertjes en een beetje kaneel. Smullen! 

zondag 10 december 2017

Linzenvlaai met kerstkersen


Voor de niet-Limburgers: linzenvlaai is niet gemaakt van linzen. Zo, hebben we dat ook meteen even duidelijk. ‘Linzen’ slaat op een speciaal soort deeg. Iets Duits geloof ik. In ieder geval zit er gewoon meel, lekker veel boter en suiker in. En kersen in dit geval en die heb ik op smaak gebracht met kaneel en sinaasappel, zodat de vlaai een kersttintje krijgt. In plaats van een deksel van brede latjes, heb ik sterren uitgedrukt in het deeg en daar de ovenkant mee bekleed. Zo ziet de vlaai er meteen ook nog eens gezellig uit.

Het basisrecept voor linzenvlaai komt uit het ‘Limburgs vlaaienboek’van Wil en Netty Engels. Ik heb er zelf een twist aan gegeven en een dubbele hoeveelheid deeg gemaakt. Je houdt uiteindelijk dan nog wat deeg over. Ik heb het in de vriezer gedaan. Met wat gewone jam kun je daar nog een keer een heel lekker klein vlaaitje van maken.

Vulling
2 grote potten kersen met sap
1 kaneelstokje
schil van een sinaasappel
2 zakjes vanillesuiker
4 flinke eetlepels maizena
Koud water
Paneermeel

Deeg
500 gram bloem
20 gram bakpoeder
4 eetlepels melk
200 gram boter
2 eieren
280 gram witte basterdsuiker
4 gram zout

Begin met de kersen. Doe deze met het sap in een grote pan. Voeg de vanillesuiker en het kaneelstokje toe. Trek met een dunschiller 3 repen van de schoon geboende sinaasappel en laat dit ook meetrekken met de kersen. Verwarm de kersen op laag vuur, zodat alle smaken in kunnen trekken. Meng ondertussen de maizena met wat koud water tot een papje. Voeg dit toe wanneer het kersenmengsel tegen de kook aan zit en kook de maizena nog even mee, zodat het mengsel gaat indikken. Laat het vervolgens helemaal afkoelen. Haal het kaneelstokje en de sinaasappelschil eruit. 

Kneed voor het deeg alle ingrediënten met de hand of de keukenmachine door elkaar tot en soepel deeg. Leg dit minstens een half uurtje in de koelkast.
Verwarm de oven dan voor op 200 graden en vet een vlaaivorm in met boter. Rol ¾ van het deeg uit tot een mooi lap en bekleed hier de vlaaivorm mee. Snijd de randen netjes bij. Strooi wat paneermeel uit over de bodem en vul de bodem dan met het kersenmengsel.
Rol dan ook de rest van het deeg uit en steek er met een koekjesvorm sterren uit. Bedek de vlaai hier mee en schuif hem dan in de oven. De vlaai moet 30 minuten bakken. Wanneer je markt de bovenkant wat donker wordt, kun je deze afdekken met wat aluminiumfolie tijdens het bakken. Hij kleurt dan niet meer verder. Laat de vlaai afkoelen voordat je hem uit de vorm haalt. Bestrooi met poedersuiker en klaar is je heerlijke kerstkersenvlaai!

maandag 20 november 2017

Churros y chocolate


Omdat ik goed kan bakken, denkt iedereen dat ik ook goed kan koken. Maar dat is niet waar! Koken laat ik aan mijn man over. Ik heb een paar recepten waar ik goed in ben, maar mijn man is het van het improviseren en experimenteren. Ik kan zijn uitgebreide repertoire aan gerechten zeer waarderen, onze jongens helaas wat minder. Het blijven kinderen en die hebben het niet zo op groente en aparte dingen. Toch blijven we het proberen en proberen we ze zoveel mogelijk smaken te laten proeven.

En daarom kookt manlief op zondag vaak lekker uitgebreid. Ik maak dan een toetje. Gezien het seizoen is dat nu vaak een warm toetje. Deze churro’s maakte ik als toetje bij Mexicaans runderstoofvlees met allerlei lekkers erbij. Churro’s zijn heerlijk, want gefrituurd! Dat lust toch iedereen. Met wat kaneelsuiker en chocoladesaus erbij is dit gewoon hemels.
Ik maakte ooit al eens eerder churro’s volgens een recept van ‘Rudolph’s Bakery’. Niet doen, dat was drie keer niks. Veel te slap en te klef. Dit recept komt uit ‘Mexicaans, het kookboek’ van Thomasina Miers en is perfect. Heerlijke churro’s!

Churro’s
90 gram kristalsuiker
1 eetlepel kaneel
125 gram bloem
125 gram zelfrijzend bakmeel
Flinke snuf zeezout
2 eetlepels olijfolie
1 liter zonnebloemolie om te frituren

Chocoladesaus
200 gram grof gehakte pure chocolade (70% cacao)
50 gram grof gehakte melkchocolade
2 eetlepels golden syrup (honing kan ook)
300 ml ongeklopte slagroom

Meng de suiker en de kaneel en zet ze weg. Maak dan de chocoladesaus. Doe alle chocolade met de golden syrup en de room in een pan en laat dit heel voorzichtig smelten. Roer voortdurend en houdt het vuur laag. Even een geduldwerkje, maar dan heb je een heerlijke saus.

Doe voor de churro’s de beide meelsoorten met een snuf zout in een kom en maak een kuiltje in het midden. Meng in een andere kom de olijfolie met 450 ml kokend water en schenk dat in het kuiltje terwijl je stevig klopt met een vork om klontvorming te voorkomen. Het deeg moet tamelijk zacht en kleverig aanvoelen. Laat het deeg vervolgens 10 minuten rusten.

Vul een grote, zware pan voor ongeveer één derde met zonnebloemolie. Verhit de olie tot 170 graden of tot een klein stukje brood in minder dan 30 seconden bruin kleurt. Doe het deeg in een spuitzak met een stervormig spuitmondje. Spuit zo de churro’s rechtstreeks in de hete olie en knip ze op de gewenste lengte af. Bak er niet meer dan drie tegelijk, anders plakken ze aan elkaar. Bak ze in 3-4 minuten knapperig en goudbruin. Schep ze met een schuimspaan uit de pan en laat ze uitlekken op bakpapier. Strooi de kaneelsuiker erover. Verwarm de chocoladesaus en verdeel hem over kleine kommetjes als dipsaus voor de churro’s. Smullen maar!

zondag 12 november 2017

Limoentaart met kokos en witte chocolade


Deze taart is te lekker om niet op mijn blog te eindigen. Het recept komt uit het Zweedse tijdschrift ‘Hemma’ wat ‘Thuis’ betekent. Ik kocht het tijdschrift vorige zomer toen we in Zweden op vakantie waren. Eenmaal thuis liep het water me steeds in de mond als ik dit recept bekeek, maar kwam ik er op één of andere manier maar niet aan toe om de taart ook echt eens te maken.

Dit jaar waren we op vakantie in Frankrijk en daar hebben mijn zoontjes heel wat Citron Vert ijsjes weggesmikkeld. Ze zijn overduidelijk fan van limoen. Hoogste tijd om deze taart dus maar eens te maken. En dat heb ik ook meteen maar drie keer gedaan, zo lekker was hij. Thuis, op het werk en bij de archeologiewerkgroep viel deze taart erg goed! Een blijvertje, deze houden we erin!

Bodem
75 gram boter
1 pak kokoskoekjes

Limoenvulling
1 blikje gecondenseerde melk
4 eierdooiers (het eiwit wordt niet gebruikt)
Sap en rasp van 4 limoenen
1 dl Turkse Yoghurt met 10 % vet

Topping
250 ml slagroom
1 dl (of meer naar smaak) Turkse Yoghurt met 10 % vet
25 gram witte chocolade
Rasp van 1 limoen

Vet voor de bodem een bakvorm van 24 cm doorsnede in me boter en bekleed de bodem met bakpapier. Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Smelt de boter in een pannetje en maal de koekjes in een keukenmachine fijn. Meng de boter goed door de koekkruimels en verdeel dit over de bodem en de rand van de bakvorm. Zet de bodem in de voorverwarmde oven en bak de bodem ongeveer 12 tot 14 minuten. Laat hem daarna een beetje afkoelen.

Meng dan voor de vulling alle ingrediënten goed door elkaar in een kom. Giet het mengsel uit over de bodem en bak de taart nog eens 15 tot 17 minuten. De vulling moet stevig aanvoelen.

Haal de taart uit de oven en laat hem minstens 2 uur goed afkoelen. Klop voor de topping de slagroom met de yoghurt stijf. Ik heb steeds meer yoghurt gebruikt dan aangegeven, omdat ik daardoor de smaak lekker fris vond. Proef even als de slagroom bijna stijf is en voeg naar smaak eventueel nog wat extra yoghurt toe. Gebruik een ijsbollentang om mooie bollen van de slagroom op de taart te plaatsen. Rasp er nog wat limoen over. Gebruik ten slotte een kaasschaaf of dunschiller om krullen van de witte chocolade te trekken. Verdeel dit over de taart en je hebt niet alleen en plaatje van een taart, maar ook nog eens een hemels smakende taart!

dinsdag 28 februari 2017

Carrotcake met roomkaastopping


"Zit hier wortel in? Oh echt, het smaakt toch wel lekker!"
En dat hoorde ik niet alleen van mijn kinderen, maar ook van volwassenen. Blijkbaar vinden de meeste mensen het idee van wortels in een taart te ver gaan. Maar eenmaal geproefd, kunnen ze niet anders dan toegeven dat het erg lekker is. Maken dus!

Dit recept komt uit Rutger Bakt. Aan de topping heb ik sinaasappelsap en rasp toegevoegd. Vind ik lekkerder, net iets frisser!

Cake
185 ml zonnebloemolie
280 gram bruine basterdsuiker
½ theelepel zout
Rasp van 1 sinaasappel
3 eieren
300 gram bloem
5 theelepels bakpoeder
2 theelepels kaneel
1 theelepel speculaaskruiden
300 gram wortel, schoongemaakt en geraspt
100 gram blanke rozijnen
100 gram walnoten gehakt

Topping
300 gram roomkaas
150 gram poedersuiker
Rasp van een halve sinaasappel
2 eetlepels sinaasappelsap

Verwarm de oven voor op 180 graden celsius.
Vet een ronde vorm van 24 cm in met boter of olie en bekleed de bodem met een velletje bakpapier. Doe de zonnebloemolie, suiker, het zout en de sinaasappelrasp in een kom en klop dit gedurende 3 minuten. Doe de eieren er terwijl je mixt er één voor één bij. Stop met mixen als alles gemengd is. Doe in een andere kom de bloem, bakpoeder, kaneel en speculaaskruiden en roer het door elkaar. Spatel deze droge ingrediënten vervolgens door het oliemengsel. Spatel de geraspte wortel door het beslag. Meng als laatste de rozijnen en gehakte walnoten door het beslag. Schep alles over in een bakvorm en bak de cake gaar in 55 tot 60 minuten. Laat de cake afkoelen in de vorm.

Klop intussen de roomkaas met de peodersuiker, de sinaasappelrasp en het sinaasappelsap luchtig op. Strijk het roomkaasglazuur over de afgekoelde taart. Aanvallen maar!

woensdag 8 februari 2017

Chocoladecake met sinaasappel en zwarte pruimen


Eén keer per twee weken staat mijn dinsdagavond in het teken van archeologie. Heerlijk een avondje Romeinse scherven puzzelen, kennis opdoen en me verwonderen over het feit dat ik iets in handen heb dat gewoon 2000 jaar geleden door iemand gebruikt is. In de pauze zorg ik voor altijd voor iets lekkers. Deze keer was mijn week alleen zo vol met allemaal leuke en verplichte activiteiten dat ik compleet vergeten was naar de winkel te gaan voor ingrediënten voor een baksel. Gelukkig heb ik altijd wel basisingrediënten zoals boter, suiker, eieren en meel in de kast. Met nog wat anders lekkers dat we toevallig nog hadden liggen, kon ik deze cake bedenken. Over het algemeen lukt het altijd wel om iets lekkers in elkaar te draaien dan. Deze cake was echter niet gewoon lekker, maar superlekker! Mijn kinderen moesten even overgehaald worden, vanwege de pruimen, maar gingen voor de bijl. En ook bij de archeologiewerkgroep waren er genoeg mensen die nog wel een tweede stuk lusten. Het is een heerlijk smeuïge, fruitige cake, die lekker weghapt. Voor herhaling vatbaar!

200 gram gedroogde zwarte pruimen
100 ml zwarte thee (of een lekkere port of zo)
200 gram pure chocolade
200 ml melk
250 gram donkere basterdsuiker
150 gram zachte boter
3 eieren, geklopt
250 gram zelfrijzend bakmeel
Rasp van een halve sinaasappel

Verwarm de pruimen met de thee in een steelpannetje. Doe dit totdat het begint te borrelen. Haal dan het pannetje van het vuur en laat de pruimen minstens vier uur, maar liever een hele nacht wellen. Snijd de pruimen vervolgens in kleine stukjes.
Verwarm de oven voor op 160 graden. Vet een cakeblik in met boter en bekleed het met bakpapier. Verhit de chocolade met de melk in een pannetje totdat de chocolade is gesmolten. Laat het vervolgens iets afkoelen.
Klop met een mixer de boter, suiker en sinaasappelrasp luchtig en romig. Klop geleidelijk de eieren erdoor. Spatel dan het zelfrijzend bakmeel erdoor. Roer vervolgens het chocolademengsel en de gewelde pruimen door het deeg.

Doe het deeg in en cakeblik en bak de cake gaar in ongeveer 70 minuten. De cake is gaar wanneer je een satéprikker erin steekt en deze er weer schoon uithaalt. Even laten afkoelen en genieten maar. 

zondag 22 januari 2017

Cupcakes met karamel


Mijn zonen keken de afgelopen vakantie naar de ‘Cupcakecup’ bij Zapp op NPO3. Daarin gaan kinderen de strijd tegen elkaar aan in het maken van de mooiste en lekkerste cupcakes. Mijn kinderen wilden daarna ook aan de bak. Kan ook niet anders met zo’n moeder, natuurlijk! De oudste wilde per sé cupcakes met karamel, dus dat is het geworden. Karamel erin en karamelbotercrème erop. Althans, bij een aantal. Want een deel van de cupcake is door mijn zonen op vakkundige wijze versierd met aardig wat marsepein. Die ze er bij het eten van de cupcakes er dan weer af haalden omdat ze dat helemaal niet lusten. We hebben het wel heel gezellig gehad en de cupcakes waren heerlijk!

Cupcakes
250 gram boter
250 gram suiker
Snuf zout
5 eieren
250 gram zelfrijzend bakmeel
100 gram zachte karamels (gewoon uit de winkel), in kleine blokjes gesneden.

Topping
Karamel:
150 gram suiker
75 gram slagroom
50 gram boter
Snufje zout
Botercréme (met banketbakkersroom):
250 gram melk
2 eierdooiers
75 gram suiker
1 eetlepel bloem
250 gram zachte boter.

Start met de banketbakkersroom. Verwarm daarvoor de melk met de helft van de suiker. Doe de rest van de suiker in een kom met de eierdooiers, de bloem en een klein scheutje melk. Meng alles door elkaar. Wanneer de melk bijna kookt mag een scheut van de warme melk bij het eierdooiermengsel. Meng alles goed door elkaar en doe dit bij de rest van de warme melk in de pan. Breng dit onder voortdurend roeren aan de kook. Roer als er bellen ontstaan nog een minuutje door en stort de pudding dan op een koud bord. Leg er een velletje plasticfolie op om velvorming van de pudding te voorkomen en laat afkoelen tot kamertemperatuur.

Verwarm de oven voor op 180 graden. Doe voor de cakejes de boter, met de suiker en de snuf zout in een kom en mix alles tot een gladde, zachte massa. Voeg dan één voor één de eieren toe en daarna in een keer alle bloem. Mix kort totdat het een glad deeg is en spatel dan de stukjes karamel erdoor. Verdeel het beslag over met papier beklede vormpjes en bak de cakejes gaar in ongeveer 20 minuten. Laat ze goed afkoelen.

Maak ondertussen de karamel. Doe daarvoor de suiker in een pan met een dikke bodem en verhit dit totdat de suiker is opgelost een donkere honingkleur heeft gekregen. Doe dan beetje bij beetje de slagroom erbij terwijl je goed roert. Vervolgens mag de boter erbij. Blijf roeren totdat deze is opgelost en laat de karamel afkoelen.

Doe voor de karamelbotercrème de boter in de mixer en mix deze luchtig in ongveer 10 minuten. Voeg dan de banketbakkersroom toe en mix alles weer goed door elkaar. Voeg dan de helft van de karamel toe. Om deze goed te laten opgaan in de botercrème moet je alles op hoge snelheid een tijdje goed door elkaar mixen. Doe dan de botercreme in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje en spuit op elke cupcake een soort nestjes van botercrème.
Doe de rest van de karamel in een ander spuitzakje zonder mondje en knip een gat in de punt, zodat je kunt spuiten. Spuit in elke nestje een beetje karamel. Ik heb een mesje gebruikt om de karamel af te snijden als het nestje gevuld was. Doordat de karamel was afgekoeld, kwam het als een soort dik worstje eruit en kon ik er geen toefjes van maken. Met de bolle kant van een warm lepeltje, heb ik de karamel vervolgens in model geduwd. En toen zagen de cupcakes er opeens heel presentabel en vooral lekker uit. En ze smaakten ook nog eens zo.