dinsdag 24 april 2012

Appeltaart


Appeltaart komt in ontzettend veel variaties, maar doet het altijd goed. Deze taart komt uit 'Taarten, Soezen en Pasteien' van Michel Roux. De vulling bestaat uit appelcompote met daarop mooi gerangschikte appelschijfjes. Het is een niet al te groot, delicaat taartje. De geur die opsteeg uit de pan tijdens het maken van de compote was fantastisch. Het hele huis geurde naar warme appel en vanille.
Sommige appeltaarten associeer je meteen met herfst of winter, maar deze taart was best fris en licht. Ideaal voor alle jaargetijden. Het enige aan het recept dat ik anders zou doen de volgende keer is het afwerklaagje op de taart. Voor een mooie glans gebruikt Roux en suikersiroop. Op mijn taart kwam die glans niet echt naar voren, terwijl de suikersmaak niks toevoegde aan de taart. De volgende keer gebruik ik een laagje van abrikozenjam.
Wel handig aan deze taart; de bodem hoeft niet blind te worden gebakken. Fijn, dat is weer één handeling minder.

Fonceerdeeg
250 gram bloem
125 gram niet te koude boter, in kleine stukjes
1 ei
1 theelepel fijne kristalsuiker
½ theelepel zout
0,4 dl koud water

Vulling
8 handappels (liefst Cox)
1 vanillestokje (ik heb een zakje vanillesuiker gebruikt)
60 gram boter

Glanslaagje
Roux: 80 gram suiker of Hanneke: 100 gram abrikozenjam

Meng alle ingrediënten voor het fonceerdeeg door elkaar. Rol het deeg vervolgens uit tot een lap van ongeveer 3 mm dikte. Bekleed hiermee een goed beboterde bakvorm van 24 cm doorsnee en 3 cm diepte. Zet de bakvorm vervolgens minstens 20 minuten in de koelkast.
Voor de vulling: Schil en halveer de appels en verwijder het klokhuis. Leg de appels vervolgens met de snijkant omlaag op een snijplank en snijd ze in dunne plakjes. Doe één derde van de appels (neem vooral de kleine uiteinden en bewaar de mooiste, grote stukken voor de garnering) in een pan. Voeg ½ dl water, de boter en het vanillestokje (of de vanillesuiker) toe. Kook de appels op laag vuur tot een compote en laat dan afkoelen.

Verwarm de oven voor op 200 graden. Als de vulling is afgekoeld kan de compote over de taartbodem worden verdeeld. Prik eerst de bodem licht in met een vork. Dit voorkomt dat het deeg gaat opbollen tijdens het bakken. Leg dan op de appelcompote een rand van overlappende plakjes appel langs de buitenkant en maak in het midden een cirkel van plakjes die de andere kant opkijken. Vul het midden op met een rozet van plakjes.
Zet de taart dan 35 minuten in de oven. Het deeg en de appels moet gelijkmatig bruin zijn. Laat de taart minstens 20 minuten in de vorm afkoelen voordat je hem eruit haalt. Ondertussen kun je wel het glanslaagje aanbrengen.
Het glanslaagje op de manier van Roux: Los de suiker op in 400 ml water. Breng dit in een pannetje aan de kook en laat 4-5 minuten doorkoken. Breng het met een kwastje aan op de taart. De manier van Hanneke: Verwarm de abrikozenjam met 3 eetlepels water in een pannetje. Eventueel even zeven dan de taart ermee bestrijken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten