zondag 13 oktober 2013

Herfstige pruimenvlaai


Pruimen, kaneel, walnoten, lekkere kruimels……. Ruiken jullie het ook al bijna! De geur die uit de oven kwam tijdens het bakken van deze vlaai deed ons watertanden! Zo lekker! Onze pruimenboom geeft pruimen in de zomer, maar ik had het geluk een hele zak pruimen te krijgen van iemand wiens boom nu vol hing met pruimen. En na mijn eerdere succeservaring met kruimelvlaai, wilde ik met deze pruimen ook een vlaai maken. En dan met lekkere herfstsmaken.

De bodem komt uit ‘Het Limburgs vlaaienboek’ van Wil en Netty Engels. De rest heb ik er zelf bij bedacht. Een compote van pruimen, suiker en kaneel en daarop een laag kruimels met bruine suiker en walnoten! En met enige trots zeg ik dat het resultaat wel héél erg lekker was! Omdat deze pruimen tijdens het koken best zuur werden heb ik er flink wat suiker aan toegevoegd. Maar niet iedere pruimensoort wordt zo zuur. Mijn tip is om bij het maken van de compote eerst 100 gram suiker toe te voegen. Mocht het naar je smaak dan te zuur zijn, dan kan er altijd nog 50 gram bij.
Om de compote te binden heb ik 3 eetlepels maïzena gebruikt. Mijn compote was erg vloeibaar, maar dit kan per pruimensoort ook verschillen. Voeg daarom de eetlepels maïzena één voor één toe en stop eventueel wanneer de compote dik genoeg is.

We vonden deze vlaai zo lekker dat ik de dag erna nog één heb gebakken. Voor de werkgroep archeologie waar ik, net zoals de gulle geefster van de pruimen, lid van ben. Maar zeker ook zodat we zelf nog een stuk konden snoepen!

Bodem
250 gram bloem
15 gram verse gist
1 dl melk (lauw)
20 gram boter
½ ei
15 gram suiker
3 gram zout

Pruimencompote
750 gram pruimen (na ontpitten)
150 gram suiker
1 kaneelstokje
3 eetlepels maïzena
Water
Paneermeel

Kruimels
200 gram bloem
140 gram koude boter
180 gram donkerbruine basterdsuiker
100 gram walnoten, gehakt

Begin met de pruimencompote. Halveer de pruimen en doe deze in een pan met de suiker, het kaneelstokje en een klein scheutje water. Breng dit aan de kook en laat het vervolgens doorpruttelen totdat de pruimen uit elkaar zijn gekookt in kleine stukjes. Los één eetlepel maïzena op in een beetje water en voeg dit doe aan de compote. Roer het goed door en check dan de dikte van de compote. Als het nodig is nog één tot twee lepels maïzena opgelost in water toevoegen. Laat de compote vervolgens afkoelen. Haal voordat je de vulling in de vlaai doet, wel het kaneelstokje eruit.

Los voor het deeg de verse gist op in een klein deel van de lauwwarme melk. Doe de bloem in een kom en maak er een kuiltje in. Giet hierin de aangemaakte gist, de boter, de suiker en het ei. Strooi het zout langs de buitenkant van de bloem. Giet de resterende melk erbij en kneed een deeg van de ingrediënten. Laat het deeg dan afgedekt op een warme plaats rijzen tot het in volume is verdubbeld. Kneed het deeg kort en rol het dan uit tot een gelijkmatige lap. Bekleed hiermee de ingevette vlaaivorm. Prik met een vork wat gaatjes in de bodem en laat het deeg dan weer rijzen tot het mooi dik geworden is.

Doe voor de kruimels alle ingrediënten behalve de walnoten in een kom en wrijf dit met je vingertoppen tot kruimels. Meng als laatste de gehakte walnoten erdoor.

Verwarm dan de oven voor op 220 graden Strooi wat paneermeel op de deegbodem en verdeel er daarna de pruimencompote over. Strooi als laatste de kruimels erover. Bak de vlaai in de voorverwarmde oven gaar in 25 tot 30 minuten. Mijn ervaring is dat de vlaai halverwege al vrij donker wordt. Als dat het geval is kun je de oventemperatuur verlagen naar 180 graden. Laten afkoelen en smullen maar!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten